De draaiende wieken

UITDAGING VOOR GROEP 1-2

Bouw van satéstokjes en piepschuim-wokkels twee zo hoog mogelijke windmolens, waarvan de wieken kunnen draaien. 

Op de wedstrijddag bouwen de kinderen van satéstokjes en wokkels van piepschuim in 20 minuten twee zo hoog mogelijke torens en verwerken in iedere toren een zelfgemaakt papieren windmolentje op een stokje. De hoogtes van de windmolens worden bij elkaar opgeteld. Het team met de windmolens die gezamenlijk het hoogste zijn, wint.

Lees de paragraaf ‘Wat mag wel en wat mag niet?’ in het grijze blokje op pagina 4 van de wedstrijdbrief over de voorwaarden waaraan de windmolens moeten voldoen.

DOEL

Kinderen doen ideeën op over constructie, leren over krachten en vormen bij constructie, leren een technisch ontwerp uit te voeren en oefenen technische creativiteit.

De leerlingen kunnen experimenteren met het leggen van verbindingen, het sterk maken van verbindingen en de stabiliteit van hun bouwsel. De leerkracht helpt de leerlingen door het stellen van vragen een werkende oplossing te vinden, houdt de beperkende voorwaarden van de wedstrijd in de gaten en stuurt zo nodig bij.

De leerkracht kan de opdracht in een context plaatsen door te verwijzen naar bestaande bouwwerken met dezelfde bouwconstructies zoals de Eiffeltoren, hijskranen, spoorbruggen of hoogspanningsmasten. Eventueel kan een verband worden gelegd met het opwekken van energie met windmolens en met de historie van windmolens in Nederland.

Aangezien de opdracht in competitie wordt uitgevoerd, leren de kinderen samen met de leerkracht een winnende strategie te bedenken en hun teleurstelling te verwerken als het team niet in de prijzen valt. Alhoewel dit bij deze jonge leeftijdsgroep nog niet zo sterk ervaren zal worden.

Uiteraard leren de leerlingen tijdens de voorbereiding en uitvoering van de opdracht samen te werken, hun ideeën te tekenen en hun leerproces en het geleerde onder woorden te brengen.

ACTIVITEITEN OP SCHOOL

Lesactiviteiten passend bij de uitdaging.

Lekker experimenteren

Laat de kinderen zoveel mogelijk zelf experimenteren met de satéprikkers en de wokkels van piepschuim. Op school kan in plaats van met wokkels van piepschuim ook worden gewerkt met marshmallows. Hou als leerkracht de voorwaarden waaraan de molens tijdens de wedstrijd moeten voldoen in de gaten.

Hoe maak je een stevige toren?

Laat de kinderen verschillende vormen maken zoals vierkanten, driehoeken of veelhoeken. Welke vormen zijn het sterkste? Welke vormen blijven het best intact als je er op duwt? Welke vormen zijn het makkelijkst te maken? Laat de kinderen ook proberen de verbindingen sterker en de toren stabieler te maken. Waarom is het handig om de torens op de ondergrond vast te zetten? Wordt de toren naar boven toe smaller of juist breder?

Waar komen de wieken?

Hoe maak je zelf een molentje op een stokje? Hoe zorg je ervoor dat je molentje in de toren kan worden geplaatst? En kun je de wieken dan nog steeds laten draaien? Hoe groot zou je de wieken van het molentje moeten maken?

Klopt alles en kunnen we winnen?

Zorg ervoor dat de kinderen goed begrijpen aan welke voorwaarden de windmolens tijdens de wedstrijd moeten voldoen, maar laat ze zelf bepalen welke oplossingen ze de beste vinden en welke strategie ze tijdens de wedstrijd toepassen.

Wat hebben we allemaal gedaan?

Maak een papieren poster met een verslag van de voorbereidende lessen, bij voorkeur met bijdragen van de leerlingen. Wat hebben ze gedaan tijdens de lessen? Welke dingen hebben ze uitgeprobeerd? Welke vragen zijn er gesteld? Welke oplossingen werden door de leerlingen aangedragen? Wat hebben ze geleerd? Kunnen ze dat ook uitleggen? Het posterverslag kan een goed hulpmiddel zijn om met de leerlingen te reflecteren op hun leerproces en dat zal de jury dan ook doen tijdens de wedstrijd.

Hoe vertellen we het de jury?

Oefen met de kinderen hoe zij op de wedstrijddag een gesprekje kunnen voeren met de jury. Hoe leggen zij uit wat ze hebben gedaan op school? Hoe leggen ze uit wat zij hebben geleerd? Welke vragen zou de jury kunnen stellen? Oefen met de kinderen ook de wedstrijdsituatie, waarbij zij tijdens het uitvoeren van de opdracht geen beroep kunnen doen op de begeleiders.

MATERIALEN OP SCHOOL

Gewone houten satéprikkers met een lengte van ongeveer 18 cm en een zak met wokkels van piepschuim uit de verpakkingsindustrie. Materiaal om een simpele windmolentjes te maken. Een papieren grondplaat om de windmolens op te bouwen. Materiaal ter versiering van de opstelling van de twee molens.

image016 image010

image011

SUCCES!

Techniek Toernooi® 2016/2017

©Copyright: Nederlandse Natuurkundige Vereniging en Stichting Techniekpromotie

Advertenties