De blazende bezorgdienst

UITDAGING VOOR GROEP 5-6

Bouw twee wagentjes op wielen die worden aangedreven door een ballon en pakketjes zo ver mogelijk vervoeren.

Op de wedstrijddag beladen de kinderen één ballonwagentje met één pakketje en het andere met twee pakketjes en laten de wagentjes tegelijk en naast elkaar rijden. De afstanden die de twee ballonwagentjes afleggen zonder hun pakketjes te verliezen, worden bij elkaar opgeteld. Het team met de ballonwagentjes die met hun pakketjes gezamenlijk de grootste afstand afleggen, wint.

Lees de paragraaf ‘Wat mag wel en wat mag niet?’ in het grijze blokje op pagina 4 van de wedstrijdbrief over de voorwaarden waaraan de ballonwagentjes en de pakketjes moeten voldoen.

DOEL

Kinderen leren over straalaandrijving en ervaren dat de afstand die een ballonwagentje kan afleggen van veel parameters afhangt: de eigenschappen van het wagentje, de eigenschappen van de ballon en de eigenschappen van de vloer waar de wagentjes over rijden.

De kinderen kunnen met deze parameters experimenteren en proberen vast te stellen welke combinatie van parameters het best is voor de wedstrijdwagentjes. Dleerkracht helpt de leerlingen door het stellen van vragen om een werkende oplossing te vinden. De leerkracht helpt de kinderen de beperkende voorwaarden van de wedstrijd in de gaten te houden en stuurt zo nodig bij.

De leerkracht kan de opdracht in een context plaatsen door te verwijzen naar andere toepassingen van straalaandrijving en het verschil bespreken met bijvoorbeeld propelleraandrijving. Eventueel kan een verband worden gelegd met pakketvervoer en de pakketjes die thuis worden bezorgd.

Omdat de opdracht in competitie wordt uitgevoerd, leren de kinderen samen een winnende strategie te bedenken en hun teleurstelling te verwerken als het team niet in de prijzen valt. Uiteraard leren de leerlingen tijdens de voorbereiding en uitvoering van de opdracht samen te werken, hun ideeën te tekenen en hun leerproces en het geleerde onder woorden te brengen.

ACTIVITEITEN OP SCHOOL

Lesactiviteiten passend bij de uitdaging.

Laat de kinderen zoveel mogelijk zelf experimenteren met verschillende soorten speelgoedauto’s of zelfgebouwde wagentjes. Laat de wagentjes eerst zonder ballon rijden door ze een flinke zet te geven. Laat ze daarna rijden met behulp van een leeglopende ballon. Eerst zonder pakketjes, daarna met pakketjes.

Welk wagentje kiezen we en waarom?

Welk wagentje rijdt het makkelijkst, een zwaar wagentje of een lichte? Welke moet je de grootste zet geven om in beweging te komen? Welk wagentje rijdt lekker door en welke stopt al gauw weer? Maakt het wat uit of de wielen groot zijn of klein, dik of dun? Rijdt een groot wagentje verder dan een klein wagentje of maakt het niets uit?  Rollen de wagentjes mooi rechtuit of beginnen ze een bocht te maken? Hoe zou dat komen en zou je dat kunnen veranderen?

Hoe gaan we de pakketjes stouwen?

Vraag aandacht voor het zorgvuldig stouwen van de pakketjes. Wat gebeurt er met de pakketjes als de wagen een bocht maakt of als de wagentjes tegen elkaar botsen?

Welke ballon gaan we kiezen en hoe maak je die aan het wagentje vast?

Laat de kinderen met verschillende ballonnen experimenteren. Wat gebeurt er met de ballon als je hem opblaast en als je hem weer loslaat? Waarom moet je een knoopje leggen in de ballon om te voorkomen dat hij weer leegloopt? Laat ze experimenteren met grote en kleine ballonnen. Welke zijn het makkelijkste op te blazen? Laat ze uitvinden hoe ze de ballon aan het wagentje vast kunnen maken zonder dat de ballon meteen leegloopt.

Klopt alles en kunnen we winnen?

Zorg ervoor dat de kinderen goed begrijpen aan welke voorwaarden de ballonwagentjes, de ballonnen en de pakketjes tijdens de wedstrijd moeten voldoen, maar laat ze zelf bepalen welke oplossingen ze het best vinden en welke strategie ze gaan toepassen tijdens de wedstrijd.

Wat hebben we allemaal gedaan?

Laat de kinderen een papieren poster maken waaruit blijkt welke activiteiten ze tijdens de voorbereidende lessen hebben ondernomen. Welke dingen hebben ze uitgeprobeerd? Wat werkte wel en wat werkte niet? Welke vragen hebben ze gesteld? Welke oplossingen werden door de leerlingen aangedragen? Wat hebben ze geleerd? Kunnen ze dat ook uitleggen? Het posterverslag kan een goed hulpmiddel zijn om met de leerlingen te reflecteren op hun leerproces en dat zal de jury dan ook doen tijdens de wedstrijd.

Hoe vertellen we het de jury?

Oefen zo nodig met de kinderen hoe zij op de wedstrijddag een gesprekje kunnen voeren met de jury. Hoe leggen zij de poster uit aan de jury? Hoe leggen zij uit wat ze op school hebben gedaan en wat zij hebben geleerd? Bedenk samen welke vragen de jury zou kunnen stellen? Oefen met de kinderen ook de wedstrijdsituatie, waarbij zij tijdens het uitvoeren van de opdracht geen beroep kunnen doen op de begeleiders.

MATERIALEN OP SCHOOL

Ballonnen van verschillende grootte, ballonenpompjes (op de wedstrijddag mag alleen een ballonnenpompje uit de speelgoedwinkel worden gebruikt), materiaal om wagentjes te bouwen. Materiaal om pakketjes te maken. Tijdens de wedstrijd zorgt de organisatie voor pakketjes die bestaan uit ingepakte suikerklontjes.

ballon suikerklontjes

Veel succes!

Techniek Toernooi® 2016/2017

©Copyright: Nederlandse Natuurkundige Vereniging en Stichting Techniekpromotie